Natuursteen Algemeen
Natuursteen wordt gewonnen uit steengroeven over de hele wereld. Het is een fascinerend materiaal. Elke steensoort heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen kenmerken, uitstraling en “rimpels” uit de oudheid. Dat geldt zelfs binnen elke gewonnen partij. Steeds is er verschil in adering en kleur. In breuklijnen, haarscheurtjes, putjes, gaatjes of andere oneffenheden. Het zijn deze unieke kenmerken waaraan dit zeer milieuvriendelijke product zijn charme en karakter te danken heeft. Steen is dus nooit helemaal glad en gaaf. Algemeen geldt dat steensoorten die minder kleurnuances en adering hebben, zoals zwarte granietsoorten, een gladder en gaver oppervlak hebben.
Bij de selectie en verwerking wordt bijzonder veel aandacht aan deze details besteed, zodat de natuurlijke kenmerken van elke steensoort behouden blijven in de uiteindelijke producten.
Er zijn duizenden natuursteensoorten. Deze worden ingedeeld in diverse natuursteengroepen. De belangrijkste voor het gebruik in meubels en interieurs zijn:
• Marmer (en travertin)
• Fossielsteen
• Graniet
• Splijtsteen (kwartsiet en leisteen)
Marmer (en travertin)
Marmer is een kristalachtig, relatief zacht en poreus gesteente dat ontstaan is uit afgezet kalksteen. Gedurende zeer lange tijd heeft het onder enorme druk gestaan en grote temperatuursverschillen ondergaan.
Marmer bevat hoofdzakelijk calciet, dolomiet of een combinatie van beide mineralen. Puur calciet is wit van kleur, maar de aanwezigheid van minerale onzuiverheden voegen kleur toe in verschillende patronen. We herkennen marmer dan ook vaak aan de geaderde structuur van het uiterlijk van de steen.
Een andere voorbeeld van een soortgelijk kalksteengesteente is travertin, een poreus, korrelachtig kalkafscheidingskristal dat uit diepe waterbronnen wordt gewonnen. Marmer en travertin zijn redelijk slijtvast, maar minder dan graniet. Ze zijn in beperkte mate hittebestendig en niet bestand tegen zuren in chemische schoonmaakmiddelen of fruit, zoals citroensap.
Fossielsteen
Fossielsteen is in de loop van duizenden jaren ontstaan uit de overblijfselen van prehistorische planten en dieren die onder zeer hoge druk zijn samengeperst en verhard tot steen. Fossielsteen wordt gewonnen op de Filippijnse eilanden. Het steen is niet gemakkelijk te verkrijgen. Fossielsteen wordt hoog in de bergen gevonden, uitgegraven en losgehakt.
Graniet
Graniet is geleidelijk afgekoeld magma. Het is een zeer hard stollingsgesteente dat onder druk ontstaat aan de binnenste ring van de aardkorst. Door langzame afkoeling, druk- en temperatuursverschillen kunnen mineralen, zoals veldspaat, kwarts en nevenmineralen, in een min of meer vast patroon zich vormen tot graniet. Graniet is korrelig van structuur en vaak herkenbaar aan de dichte structuur van het uiterlijk van de steen. Over het algemeen is graniet vaster van kleur en structuur dan marmer.
Dankzij de extreme hardheid van graniet is deze steensoort hittebestendig, duurzaam, krasvast en nagenoeg onderhoudsvrij. Bovendien wordt het granieten meubel voorzien van een waslaag die de poriën opvult. Hierdoor wordt het graniet waterafstotend en laten vochtvlekken (vrijwel) geen sporen na.
Splijtsteen
Onder deze groep vallen de kwartsiet - en leisteensoorten. Kwartsiet en leisteen zijn zachter dan graniet, hebben een stroef oppervlak en kenmerken zich door de natuurlijk gevormde lagenstructuur. Hierdoor is deze steensoort splijtbaar. Leisteen en kwartsiet hebben beide een vochtopnemend vermogen, zijn redelijk krasgevoelig en niet bestand tegen zuren, zoals citroensap.
Leisteen
Leisteen is ontstaan uit klei. Het is een zogenaamd sediment afzettingsgesteente, dat ontstaat door afzetting in zee van door de rivieren aangevoerd puin en slib uit het door verwering afbrokkelende gebergte.
Kwartsiet
Kwartsiet is een zogenaamd metamorf gesteente. Het is ontstaan uit het sedimentgesteente zandsteen, dat tijdens een zeer lange periode een metamorfose ondergaat onder de enorme druk en temperatuurverschillen bij de vorming van gebergten.











